De cover van Seksbaron tegen wil en dank
Peter J. Muller

Dit boek heeft een lange voorgeschiedenis. Aangemoedigd door uitgever Martin Ros begon ik in 1999 met het interviewen van betrokkenen, en pas in 2007 begon ik echt te tikken. Daarna lag het werk weer jarenlang stil. Pas in 2019 maakte ik er serieus werk van. Dat was na een prostaatoperatie, en in het bijzonder nadat het nachtmerriescenario van de rechtgeaarde hypochonder zich had voltrokken: het slechtnieuwsgesprek in het OLVG. Dat was niet alleen een harde knal voor mijn kop maar ook een schop onder mijn reet, nu moest het er verdomme toch echt van komen! Mijn levensgeluk drukte zich in de jaren zestig en zeventig uit in het aantal krantenknipsels dat ik verzamelde. Dit boek is daar een weerslag van. De plakboeken heb ik altijd bewaard, net als de dagboeken, brieven, documenten, volgekrabbelde agenda’s, de foto’s van huisfotograaf Fred Heyn en zeven jaargangen Candy. Uit deze bonte verzameling, aangevuld met mijn eigen herinneringen, heb ik geprobeerd de ontstaansgeschiedenis te beschrijven van Hitweek (in kort bestek, ik was maar één jaar aan het blad verbonden) en Candy waar ik gedurende zes jaar de scepter zwaaide. Sekscontactbladen bestaan allang niet meer, dat wil zeggen, miraculeus genoeg op één na: deze maand (januari 2020) verscheen nummer 612 van het blad dat ik in het magische jaar 1968, het jaar van wereldwijde rebellie en opstand, aan de keukentafel in Rotterdam het licht deed zien. Het waren andere tijden. In Candy werd tot ontsteltenis van de zedenmeesters gepredikt dat genieten van seks, ook als het niet ter voortplanting diende, niet van de duivel kwam en ook niets was om je voor te schamen. Veel van mijn generatiegenoten zullen zich die jaren van vrolijke losbandigheid, waarin taboes te pas en soms te onpas bij het oud vuil werden gezet, nog goed weten te herinneren. ‘Amsterdam zat, als vanouds, vol met pornografie, maar alleen de justitie maakte zich daar druk over. En dáárom was het een verrukkelijke tijd, die best terug mag komen,’ aldus Rinus Ferdinandusse. Niet iedereen was blij met al die vrijheid en blijheid. ‘Ik heb ouders meegemaakt die ruzie kregen op fuifjes. De man kocht regelmatig Candy en dan onderwierp hij zijn vrouw aan verschillende standjes, tegen haar zin. Bij alles wat te ver gaat, krijg je excessen,’ verhief de voorzitter van de Algemene Bond van Ouders en Opvoeders in 1971 zijn stem. De tegengeluiden worden in dit boek bepaald niet onder het tapijt geveegd, net zo min als ik mijn rol mooier heb gemaakt dan die in werkelijkheid was. Ik ben een bladenmaker en geen revolutionair. Een revolutionair heeft een drukpers nodig ter verspreiding van zijn ideeën. Voor mij gold het omgekeerde: de twee revoluties waarin ik verzeild raakte – de beatrevolutie midden jaren zestig en eind jaren zestig de seksuele revolutie – boden een unieke kans om op de golven van die beweging een blad te maken. Hitweek gaf stem aan jongeren op zoek naar een eigen identiteit, en met Candy waren het hun vaders en moeders die zich onder de tweeduizend jaar oude knoet van zonde en boete aan het uitworstelen waren. Nu hangt rond Hitweek een aureool van heiligheid en wordt Candy vooral gezien als een vies blaadje waar het generaties lang feestelijk op klaarkomen was. Dat laatste klopt zeker maar dat maakt de Candy uit de beginjaren, toen de zedenmeesters in een laatste stuiptrekking van moreel dictatorschap de wil van het volk probeerden te onderdrukken, niet minder tot een revolutionair tijdschrift. ‘Als je het mij vraagt’ aldus de in 2010 overleden journalist en historicus Jan Blokker in de Volkskrant ‘hoorde Candy net zo goed tot de fascinerende seksuele geschiedenis van de Zoekende Mensheid als de reusachtige schaamdelen die ze in Pompeii boven de schoorsteen hadden hangen.’ Dat mag zo zijn, maar het wil nog wel eens knagen dat in 1965, met Hitweek, de weg naar een glansrijke carrière in de journalistiek openlag, maar ik met Candy de verkeerde afslag heb genomen. De rol van seksbaron werd mij opgedrongen, het geld stroomde binnen en niet in staat de verleidingen te weerstaan, liet ik mij meevoeren richting afgrond.

Amsterdam,
Januari 2020

Uitgeverij Mulstra Boek

Postbus 925

1000 AX Amsterdam

info@mulstraboek.nl

De cover van Seksbaron tegen wil en dank